ADAM EN ADAM (Aan de oevers van de Eufraat)
By Salomon Christiaan
Het was niet dat mijn wereld woest en leeg was
Dat mijn geest nog dwaalde in schaduwloze tijd
Alsof t leven nog geen woord tot mij gezegd had
En ik ’t verschil niet kende tussen hoop en spijt
Toch was het net alsof ‘t mijn eerste dag was
Toen jij je ogen naar mij opsloeg met die lach
En ik door het licht zo hulpeloos verblind was
Dat ik mij naakter wist dan ik mijzelf ooit zag
‘k Herkende mij in jou, jij jouw zelf in mij
We waren goed geschapen en ook voor elkaar
We stuiterden piemelnaakt door ons paradijs
En vreeën dan op een strandje aan de Eufraat
De schepping droomde een nieuwe dagenraad
Alles ademde naamloos simpel naar zijn aard
God wipte langs met een zekere regelmaat
Hij kreeg maar niet genoeg van onze appeltaart
…
Je trekt me onder het dekbed en je lacht
Die eerste lach die alle woord te boven gaat
Oh boy, ik voel allang hoe laat het is, ons wacht
Een eindeloos zwoele avond aan de Eufraat